Het leven van Spugmay voordat de oorlog uitbrak
Spugmay woonde in Odessa, een prachtige havenstad aan de zuidkust van Oekraïne. Ze had er een eigen huis, een aantal straten verwijderd van haar ouders en broertje, en werkte als goedopgeleide tandarts in de stad. Met haar zelfstandige en ondernemende karakter had ze een zeker bestaan opgebouwd. ‘’Mijn leven in Oekraïne was heel fijn, in elk geval vóór de oorlog’’. Toen de oorlog begon, veranderde alles wat eerder vanzelfsprekend was. In Odessa werden bombardementen onderdeel van het dagelijks leven. ‘’Er was geen andere optie dan vertrekken," zegt ze. Kort na haar vertrek werd zelfs een winkelcentrum vlakbij haar huis verwoest. ‘’Overdag was Odessa net Monaco, 's nachts een oorlogsgebied’’, herinnert ze zich.
Op de vlucht
Tien dagen nadat de oorlog uitbrak, besloot Spugmay samen met haar jongere broertje te vluchten. Haar ouders besluiten te blijven, omdat ze echt gehecht zijn aan het land en hun thuis niet willen verlaten. Het was het begin van een lange reis door zes verschillende landen. ‘’We begonnen in Moldavië, daarna gingen we via Roemenië, Oostenrijk, Duitsland en België, tot we uiteindelijk in Nederland aankwamen’’, vertelt ze. In Moldavië, waar de winter vaak streng is, waren de omstandigheden zwaar. ‘’Het was erg koud. We hebben buiten geslapen in tenten die we zelf hadden opgezet.’’
De reis was uitputtend en onzeker. Vooral in Roemenië en Hongarije waren de lange ritten zwaar; de bergachtige wegen maakten het reizen lastig. In Duitsland konden ze volgens Spugmay even op adem komen: ‘’We brachten daar één dag door bij een oude vriend van mijn vader’’. Na een korte tussenstop in België kwamen ze uiteindelijk in Nederland aan.
Aankomst in Nederland
In Nederland had de vader van Spugmay een vriend bij wie zij en haar broertje de eerste twee dagen konden verblijven. Daarna meldden ze zich bij de politie die hen verder op weg hielp. Zo kwamen ze uiteindelijk in de gemeentelijke opvang terecht. Ze behoorden tot de eerste Oekraïense vluchtelingen die in Nederland aankwamen en voelden zich meteen welkom. ‘’We werden de eerste twee weken ondergebracht in een hotel dat speciaal door de gemeente voor ons geregeld was’’, vertelt Spugmay. Meer dan drie jaar later woont ze nu in de opvanglocatie aan de Dominee Meijerlaan en voelt ze zich inmiddels echt thuis in Nederland.
Bouwen aan een nieuw leven
Hoewel Spugmay in Oekraïne jarenlang als tandarts werkte, begon ze haar leven in Nederland met een baan in een broodjesfabriek. ‘’Ik werkte daar twee maanden. Het was zwaar werk, maar prima voor de beginperiode’’, vertelt ze. Tegelijkertijd bleef ze vasthouden aan haar doel om weer als tandarts aan de slag te gaan. Na drie maanden nam ze daarom een besluit: ze stopte met werken in de fabriek en zocht contact met het BIG-register, het officiële zorgregister, om te kijken wat er nodig was om weer als tandarts aan het werk te kunnen. Ze kreeg te horen dat ze onder supervisie mocht werken wat haar de kans gaf om opnieuw ervaring op te doen. Ook haar broers hebben inmiddels hun plek gevonden in Nederland: één van hen ging aanvankelijk naar school en is inmiddels aan het werk, terwijl de andere twee maanden geleden arriveerden en sindsdien hier werken.
Na drie maanden in Nederland begon ze te werken in een tandartspraktijk. Daar werd meteen duidelijk én nadrukkelijk gezegd dat ze Nederlands moest leren. Spugmay ging direct aan de slag: ‘’Ik ben begonnen met zelfstudie door naar YouTube te kijken, films te zien en naar muziek te luisteren’’. Later besloot ze ook Nederlandse les te volgen, eerst via een cursus van de gemeente en daarna via privélessen. Dat ging niet zonder obstakels. ‘’In het begin kreeg ik soms negatieve reacties van patiënten die het vervelend vonden dat ik de taal nog niet sprak’’, zegt ze. Maar Spugmay liet zich daar niet door uit het veld slaan. Ze bleef oefenen en werkte hard aan haar taalvaardigheid. Inmiddels spreekt ze goed Nederlands en is ze begonnen aan een traject voor diploma-erkenning, zodat ze straks zelfstandig als tandarts aan de slag kan.
Een laatste, afsluitende vraag: Hoe zie je de toekomst voor je?
Op de vraag hoe ze de toekomst ziet, denkt ze even na. ‘’Ik ben nog steeds bezig met mijn tandartsopleiding hier en met de erkenning van mijn diploma’’, vertelt ze. Het proces loopt nog en ook over waar ze uiteindelijk wil wonen, is ze nog niet helemaal zeker. ‘’Eerlijk gezegd weet ik dat nog niet. Als de situatie in Oekraïne niet beter wordt, dan blijf ik liever hier. Maar als het wel beter wordt dan is dat natuurlijk mijn eigen land en ik hou van Oekraïne’’. Tegelijkertijd merkt ze dat ze steeds meer gewend raakt aan Nederland. ‘’Hoe langer ik hier ben, hoe meer ik me ook een beetje Nederlands voel’’, zegt ze. Die verandering merkt ze ook in haar dagelijkse gewoonten: ‘’Ik gebruik nu een agenda. Alles wordt hier ingepland en dat doe ik ook steeds meer. In Oekraïne leven mensen meer in het moment. Veel is daar ongepland en wat chaotisch. Hier plan ik mijn leven vooruit, ook voor de lange termijn‘’, aldus Spugmay.